organisatie-adviseurs
welke adviseur past bij wat er speelt?
prototype

Vertel wat er speelt. Wij zoeken uit wie er verstand van heeft.

Geen categorieën aanvinken. U beschrijft de situatie in uw eigen woorden; wij stellen hooguit één vraag terug en laten daarna zien wélk bureau wát heeft gedaan, met de bron erbij.

Voor de testbegeleider

Prototype bij doc 60. De vier voorbeeldsituaties zijn letterlijke aanleidingen uit werkelijke opdrachten uit het archief (doc 59). De bureaus en citaten komen uit de handgecodeerde gold set: 15 bureaus, 52 claims, elk met bronlink.

vastlegging: nagaan...

Wat hier echt is en wat niet

  • Echt: de bureaus, de citaten, de bronlinks, de bewijskracht, en het feit dat sommige situaties géén dekking hebben.
  • Nagebootst: de herkenning van vrije tekst. In het prototype werkt die op trefwoorden; in het echte product doet een taalmodel dat. Laat een deelnemer die eigen tekst intypt dus niet denken dat het systeem hem al begrijpt.

De vijf vragen, en wat níét als bewijs telt

VraagBewijsGeen bewijs
Herkent hij zijn situatie in de samenvatting? zegt in eigen woorden dat het klopt, of corrigeert gericht dat hij doorklikt
Is één verduidelijkingsvraag acceptabel? beantwoordt zonder aarzeling én kan achteraf zeggen waarom die vraag kwam dat hij hem invult
Is de shortlist geloofwaardig? benoemt zélf waarom een bureau past, op grond van het bewijs een hoog cijfer
Accepteert hij een lege shortlist? zegt dit bruikbaarder te vinden dan een gevulde lijst zonder onderbouwing dat hij niet klaagt
Zou hij dit zelf gebruiken? noemt een concrete eigen situatie "ja, leuk"

Laat in elk gesprek minstens twee dingen zien

  1. Een situatie mét dekking – kies "twee afdelingen samengevoegd". Daar zit de verduidelijkingsvraag met drie legitieme antwoorden die elk andere bureaus opleveren.
  2. Een situatie zonder dekking – kies "informatie zit in losse systemen". Dat is de scherpste vraag van de test: is een eerlijk "wij weten dit niet" bruikbaar, of haakt hij af?

Drempels zijn bewust nog niet vastgelegd; die volgen pas na de eerste twee gesprekken (doc 60 §5).